Vitamine E uitsnede 2

Vitamines: beter duur dan niet te koop?

ma 18 dec 2017

Milieumaatregelen in China en een brand in een fabriek van BASF met de daaropvolgende prijsstijgingen lieten in één klap zien dat vitamines essentiële elementen zijn. Juist de hele prijsescalatie in de vitamine A en E markt onderstreept maar weer dat betaalbaarheid en vervangbaarheid niet samen op gaan.

Als organische katalysatoren zijn vitamines essentieel en voor 100% aanwezig in fysiologische en metabolische processen van het dier. Wat de benzine met de motor is voor de auto is de voersamenstelling met vitamines voor het dier. Met een auto die stationair draait komen we niet ver. Het formuleren van voeders anno 2017 met normen gebaseerd op studies van 30 jaar geleden ter voorkoming van nutritionele deficiëntie verschijnselen is daarom ook niet logisch. Volstaat voor een kuiken die in 1960 nog 2,5 kg voer nodig had om 1 kg te groeien en het nu slechts doet met 1,75 kg voer, hetzelfde niveau aan vitamines per kg voer? Zeker niet, en helemaal niet als we bedenken dat het ook nog eens in de helft van de toen benodigde tijd moet.

In de afgelopen maanden zijn de prijzen van vitamines sterk gestegen, wat voor vitamine A en E op een basale vleesvarkenspremix al snel een meerprijs van €0,15 per 100 kg eindvoer betekent. Normen verlagen bij prijsstijgingen die passen binnen de grenzen van een optimaal (economisch) resultaat is verleidelijk maar niet aan te bevelen. Te meer wanneer wetenschappelijk is aangetoond dat de immuunrespons, gevolgd door de productiviteit van leghennen stapsgewijs verbetert bij niveaus van vitamine A ver boven de NRC (2012) norm. Nutritioneel is het niet gewenst en voor klanten van Twilmij qua vitamine beschikbaarheid niet noodzakelijk om de normen te verlagen.

Maar als een product op is, is het met het kopen gedaan. De prijsstijging is daarom ook niet de grootste zorg. Een product kan beter duur zijn dan niet te koop. Toch bereiken ons vragen omtrent het verlagen van de vitaminering. Graag onderzoeken we de mogelijkheden.

Normen verlagen of benutting verhogen?
Het is logisch dat er in de eerste plaats gekeken wordt naar alternatieven. Het verschil tussen een tocoferol of een polyfenol is met de term equivalent al snel goedgemaakt en een goede vervanger is gevonden denkt men. Echter is het typeren van de vetoplosbare antioxidant vitamine E als gelijkwaardig aan een wateroplosbare antioxidant niet correct. Polyfenolen kunnen vitamine E niet vervangen en de rol in immuniteit, spiermetabolisme, stressbestendigheid, reproductie en celregulatie niet overnemen. Polyfenolen worden daarbij slecht geabsorbeerd en hebben hooguit op darmniveau effect.

De huidige marktsituatie vraag om een andere aanpak. Dat betekent beter afstemmen van normen op de behoefte van het dier. Dit klinkt wellicht goedkoop, maar we weten dat de vitamine behoefte varieert met de leeftijd, omstandigheden en reproductieve fase van het dier. Het afstemmen van de normen op bijvoorbeeld de omstandigheden van het dier vraagt om precisievoeding met meer diversiteit in premixen en creativiteit van de premixer, mengvoerfabrikant en veehouder.

Een eerlijke aanpak is het stimuleren van de bio beschikbaarheid. Dat begint al bij het behouden van de vitaminestabiliteit in de premix en het voer. Dit zijn vraagstukken waar de premix- en procestechnoloog van Twilmij zich mee bezig houdt. Nutritioneel kan de efficiëntie op darmniveau ook gestuurd worden. Vetoplosbare vitamines worden namelijk via de micellen tegelijkertijd met vetten vanuit het voer geabsorbeerd. Een illustratieve studie met gespeende biggen toonde aan dat 5% toegevoegd vet de serum tocoferol waarde kon verbeteren bij gelijke vitamine E niveaus in het voer! Dit effect is zeker wezenlijk voor vitamine A, gezien het feit dat ß-caroteen de enige precursor is, en de kans bestaat dat ook ß-caroteen schaars gaat worden. Wetgeving heeft in het verleden al geleid tot verlaging van de vitamine A normen. Andere zaken als competitie voor absorptie tussen vetoplosbare componenten, antagonisten en het toepassen van veel onverzadigde verzuren met daarmee een verhoogd risico op oxidatie, zal de efficiëntie van vitamines verder benadelen.

Interessant is dat toegevoegde elementen in het voer synergistisch werken. Zo is bijvoorbeeld bekend dat de antioxidant functie van het lichaam niet alleen afhankelijk is van vitamine E. Deze tocoferol functioneert samen met onder andere de toegevoegde elementen vitamine C en selenium in een antioxidantennetwerk. Een illustratieve studie met biggen liet zien dat tocoferol waardes beïnvloed kunnen worden door het toevoegen van ascorbinezuur aan het voer. Het recyclen van vitamine E vanuit haar geoxideerde radicaal wordt hier als oorzaak genoemd.

Het verlagen van de normen kan niet los gezien worden van het toepassen van compenserende maatregelen om de benutting te verbeteren. We zijn er niet met het noemen van een aantal maatregelen. De nutritionisten van Twilmij denken daarom graag mee in het optimaal formuleren van uw premix.

Conclusie
Nutritioneel is het niet gewenst en voor klanten van Twilmij qua vitamine beschikbaarheid niet noodzakelijk om de normen te verlagen.

Heeft u vragen naar aanleiding van dit bericht? Neem dan contact op met de nutritionisten van Twilmij.