De DSM teams uit Deinze en Stroe bundelen al geruime tijd de krachten bij het ontwikkelen van een biggenconcept dat maximaal inzet op de gezondheid na het spenen. Recent werd een biggenproef opgezet op een praktijkbedrijf waarbij er géén groepsbehandeling met antibiotica noch farmaceutische niveaus van zinkoxide werden toegepast. Mét succes, want de biggen lieten op 6 weken na spenen een dagelijkse groei van meer dan 460 g/dag optekenen. Mits er aan een aantal basisvoorwaarden is voldaan, kàn het dus wel! Maar het is een utopie om te denken dat enkel een aangepaste voersamenstelling de klus gaat klaren: bedrijfsmanagement, biosecurity en algemene gezondheidsstatus zijn minstens even belangrijk als het voer! 

Er is de voorbije maanden al veel gezegd en geschreven over minder zink en antibiotica gebruik bij het spenen van biggen. Wetenschappelijke en vergelijkende proeven opzetten is een mogelijkheid om het effect van aangepaste voederstrategieën, voersamenstellingen en voederadditieven te evalueren. Maar dikwijls komt nadien de opmerking dat de condities onder proefomstandigheden té veel afwijken van wat in de échte praktijk plaats vindt.

PROOF proef
Om de reden gingen wij op zoek naar een praktijkbedrijf dat ingericht is om wetenschappelijke proeven uit te voeren. Daarbij kwamen wij terecht bij PROOF, een proefbedrijf in West-Vlaanderen dat sinds een tweetal jaar de mogelijkheid biedt om varkensproeven op te zetten.

PROOF werkt volgens een 5 weken systeem. De speenleeftijd van de biggen bedraagt gemiddeld 24 dagen en de gebruikte genetica is Hypor Libra x German Pietrain. De recent gebouwde stal staat op overdruk (ventilatie), hetgeen samen met de nodige aandacht voor biosecurity aanleiding geeft tot een hoge gezondheidsstatus.

De 600 biggen die aan de proef deelnamen, werden opgezet volgens het actuele DSM Biggenconcept. De belangrijkste kenmerken van het concept zijn:

  • focus op laag eiwit en hoge eiwitverteerbaarheid van het voer
  • focus op een minimum aan inerte koolhydraten (inerte vezel, IKH)
  • standaard profiel aan SID verteerbare aminozuren, vitamines en spoorelementen
  • laag koper (conform EU wetgeving 2019)
  • toevoeging van extra voederadditieven ter ondersteuning van de darmgezondheid.   

Er werd in deze proef gewerkt met drie types biggenvoeder: speenvoer (3 kg per big), opfokvoer (14 kg) en groeivoer (14 kg). Alle voeders werden gepelleteerd.

In één van de behandelingen werd gebruik gemaakt van zonnepitschroot en volle haver als bron van inerte vezel, in combinatie met een lager energiegehalte en een lager aandeel tarwe. In het opfokvoeder van deze versie werd géén lactose meer voorzien. Verder werd in het speen- en opfokvoeder gebruik gemaakt van hogere toevoegingen van organische zuren en andere voederadditieven ter bescherming van de darmgezondheid.

Er werd geen gebruik gemaakt van hoge doseringen zinkoxide in het speenvoer, noch van antibiotica in voer en drinkwater. De biggen wogen 7.2 kg bij opzet en de proef duurde 42 dagen.

Proefverloop
De proef is goed verlopen. Vanaf een drietal dagen na spenen werd op de verschillende behandelingen wat platte mest opgemerkt, maar er diende geen groepsbehandeling met antibiotica opgestart. De biggen oogden niet ziek en er was ook geen uitval als gevolg van die platte mest. Nadat de biggen geschakeld werden naar het opfokvoeder, verbeterde de mestconsistentie zichtbaar. In het verder verloop van de proef deden er zich geen andere gezondheidsproblemen voor.

Proefresultaten: Yes we can!
De biggen haalden op het einde van de proef (na 42 dagen) eindgewichten tussen 26.8 en 27.3 kg. Dat komt overeen met een dagelijkse groei van 467 - 478 gram per dag bij voederconversies van 1.55 en 1.52. Laag eiwit voer met een minimum aan inerte vezels hoeft dus niet nadelig te zijn voor de groei en de voederconversie van gespeende biggen!

De platte mest die na het spenen werd vastgesteld, heeft klaarblijkelijk weinig of geen invloed gehad op de technische resultaten. Een zelfde vaststelling werd eerder ook gedaan bij andere proeven met inerte vezel. Het lijkt er op dat het verteringsapparaat van de pas gespeende big wat tijd nodig heeft om zich aan te passen aan deze "nieuwe" ingrediënten.

Het opnemen van een aandeel zonnepitschroot en volle haver als bron van inerte vezel lijkt vanuit technisch oogpunt haalbaar en wordt in Nederland al langer toegepast.

Het verhoogd aandeel organische zuren en zouten leverde in déze proef geen duidelijke meerwaarde en kon de problemen met platte mest ook niet voorkomen.

Het behoud van een aandeel lactose in het startvoer leek positief voor de voeropname, ondanks het relatief hoog speengewicht. Lactose en bepaalde voederadditieven kunnen als een soort "verzekeringspremie" worden beschouwd: de meerwaarde ervan hangt af van de omstandigheden waarin het voer terecht komt (gezondheidsdruk, keuze genetica, klimaat etc...).

Ook leek de biggenproef te bevestigen dat er niet té schraal gevoerd moet worden na het spenen. De energievoorziening blijft belangrijk voor de voederconversie en de groei van de biggen. De voeders met de laagste energiegehalten lieten een iets lagere groei en een iets hogere voederconverse noteren.

Omdat er zich geen problemen met Streptococcen, noch met andere ziekteverwekkers voordeden, liet deze proef niet toe om hierover grote uitspraken te doen. De bevindingen van dit concept op andere praktijkbedrijven in Nederland die wél last hadden van dergelijke aandoeningen, zijn in elk geval vrij positief. Indien het nodig zou blijken, kan het concept ook verder gefinetuned worden, afhankelijk van de doelstellingen die kort samengevat kunnen worden als "gezond groeien".

Om succesvol te zijn, zal u als voerfabrikant ook extra aandacht moeten besteden aan het bedrijfsmanagement, de biosecurity en de algemene gezondheidsstatus van het varkensbedrijf. Enkel de voersamenstelling aanpassen, zal in de meeste gevallen niet volstaan om de doelstelling te halen. Maar hebt u op die drie factoren wel voldoende vat...?

DSM kan u hierbij helpen. Ook benieuwd hoe en wat onze aanpak voor u kan betekenen als straks de druk op antibiotica en zinkoxide nog verder wordt opgedreven? Raadpleeg dan Uw DSM contactpersoon die u graag rondleidt door het meer uitgebreide proefverslag en u de nodige handvaten kan bezorgen om ook uw doelstellingen te realiseren.  

 ir. L. Levrouw | Varkens Nutritionist