Eén van de eisen in de varkensvoeding voor biologische varkenshouderij is naast het biologische mengvoer, het verstrekken van ruwvoer (EC 889/2008) aan de dieren. Er wordt dan niet gesproken over een verplichte hoeveelheid, maar wel dat de varkens vrij moeten kunnen beschikken over het ruwvoer.
In de praktijk blijkt dat het verstrekken van ruwvoer vaak verteringsproblemen met zich meebrengt. Dit is met name zichtbaar bij zeugen rondom het werpen en uit zich bij vleesvarkens op verminderde mestkwaliteit. Voldoende reden om hier dieper in te duiken, op zoek naar oplossingen.

[Geschreven door: Edy Bouman, Nutritionist varkenshouderij]

1.1 Skall definitie van ruwvoer
Alvorens dieper op het principe van ruwvoerverstrekking en -kwaliteit in te gaan is het belangrijk om notie te nemen van de Skall definitie van ruwvoer:
 
De volgende voeders worden tot krachtvoer gerekend:
  • Corn cob mix
  • Maïskolvenschroot
  • Perspulp
  • Bierbostel
  • Aardappelvezels
  • gras- en luzernebrok
  • ...en vergelijkbare producten.
 
Een voedermiddel telt als ruwvoer als:
  • Het voedermiddel minder dan 900 VEM /kg droge stof bevat
  • Het voedermiddel een structuurwaarde van 0,3 of meer heeft
  • Het voedermiddel een droge stof van minder dan 80% heeft
Voor de definitie van ruwvoer komen vooral kuilgras, luzerne, snijmais en hooi of stro in aanmerking.
 

1.2. Analyse en kwaliteit ruwvoer

Vaak is onvoldoende bekend wat de kwaliteit- én het oogsttijdstip is van het ruwvoer, wat in de praktijk nogal eens tot verrassingen kan leiden. Vanwege onvolledige informatie van grondstoffen worden er vaak te ruime of zelfs foute inschattingen gemaakt met betrekking tot de kwaliteit en nutriëntgehalten.

Als voorbeeld afgelopen voorjaar, kuilgras met relatief hoge suikergehaltes in het vroeg ingekuilde kuilgras. De tabel geeft een overzicht van gemiddelde waarden van de kuilen die tot mei dit jaar zijn ingekuild[1].

Kwaliteitsverloop van het gras 2021
In de volgende grafieken [2] is te zien dat alleen al op deze voorjaarskuilen de spreiding erg groot is:
Dan hebben we nog het zomerkuilgras dat wordt gewonnen op het moment dat de plant “in de aar” begint te schieten en bevat dan vaak een veel hoger ruwe celstofgehalte in combinatie met een lager eiwitgehalte.
Kijken we dan naar de kwaliteit richting het najaarskuilgras en de herfst, dan zien we dat het aandeel (onbestendig) eiwit vaak fors toeneemt en dit weer in combinatie met een lager ruwe celstofgehalte en suikergehalte.
 
Advies: zorg voor betrouwbare analyses van het kuilgras en markeer/registreer de verschillende kuilen én in folie gewikkelde balen, zodat altijd te herleiden is welke analyse waarbij hoort. Neem in dit onderzoek ook het mineralenonderzoek mee!
 
1.3. Rantsoenberekening en voerschema
De berekening van het rantsoen in een rantsoenberekeningsprogramma (“Brijprogramma’s” voor natte varkensvoeders zijn dan zeer geschikt) is noodzakelijk om een juiste inschatting te maken in het meng- of complementvoer in combinatie met het te verstrekken ruwvoer.
Vergeet de mineralen en vitamine voorziening niet! Vaak bevatten de ruwvoeders afwijkende gehaltes aan onder andere Kalium, Magnesium, Natrium, Selenium, Fosfor en Calcium. Samen met een afwijkend ruw eiwitgehalte kan dit gemakkelijk resulteren in allerlei problemen. Een sterk afwijkende elektrolytenbalans kan leiden tot zuchtvorming op het uier rondom het afbiggen of afwijkende mestsamenstelling bij vleesvarkens.

Een goede inschatting over de kwaliteit van vezels (ruwe celstof, NDF verteerbaarheid) is hierin van belang. Pas het mengvoer hierop aan door te sturen op het aandeel Inerte koolhydraten (IK) en fermenteerbare koolhydraten (FK). Maak voor de meest kritieke momenten een berekening van ruwvoeropname en pas het voerschema hierop aan en zorg er voor dat het aanbod ruwvoer zodanig is dat het aangeboden mengvoer volledig opgenomen kan worden!
 
Advies: Gezien het relatief hoge aanbod van IK’s uit de biologische mengvoergrondstoffen is het wenselijk om gras “jong” in te kuilen, met een niet te hoog percentage droge stof (25-30%). Gebruik eventueel suikers of inkuilmiddel om het inkuilproces te bevorderen.
 
1.4. Onderzoek effect kuilgras in gemengd rantsoen biologische vleesvarkens
Illustratief is het onderzoek dat is uitgevoerd door de WUR op het voormalig varkensproefbedrijf te Raalte (2011-2012, rapportnr. 603). Het doel van dit onderzoek was het nagaan van het effect van het opnemen van kuilgras in een gemengd rantsoen van ruwvoer en krachtvoer op de groeiprestaties en diverse andere parameters bij biologische vleesvarkens. Het onderzoek zag er als volgt uit:
 
Behandelingen: 
  1. Controle: ad libitum krachtvoer
  2. Kuilgras: semi-ad libitum krachtvoer met kuilgras (10-20% op ds-basis, gelijk EW-aanbod controledieren)
 
Conclusies:
  1. Gerealiseerde opname van kuilgras was 0,1 kg ds (startfase) - 0,4 kg ds (eindfase) per dag. De opname was lager dan verwacht, varkens eten liever krachtvoer.
  2. Significant lagere groei (-50 g/d) en een hogere EW-conversie (+0,22) wat mogelijk te wijten is aan een hogere voervermorsing (kuilgras en krachtvoer werden gemengd) en een verkeerde inschatting van de EW waarde van het kuilgras.
De onderzoekers gaven aan dat het gescheiden verstrekken van kuilgras en mengvoer kan leiden tot minder krachtvoer verliezen. Vanwege de langere vreettijd is een aangepast voersysteem met voldoende vreetplaatsen nodig. Het hakselen van het ruwvoer heeft mogelijk hierop een gunstige invloed.
Al met al laat het onderzoek zien dat het voeren van ruwvoer uitdagingen met zich meebrengt (zoals bijvoorbeeld meer arbeid) en dat een goede inschatting van het ruwvoer noodzakelijk is.

Samenvattend:
In zowel de praktijk als in het onderzoek is er veel discussie over het gebruik van met name kuilgras als ruwvoerbron in de (biologische) varkenshouderij.
De benutting- en kwaliteit van snijmais zal beter zijn, echter aan het gebruik ervan kleeft vaak wel het praktische probleem van stabiliteit in de kuil in relatie tot de voersnelheid. Bereken de voederwaarde van het ruwvoer voor varkens aan de hand van ruwvoeronderzoek en optimaliseer de rantsoenen. Stel zo nodig een complementvoer samen en zorg voor een zo volledig mogelijk rantsoen.
 
 
[1] Bron: Eurofins
[2] Bron: https://veeteelt.nl/voeding/content/versgrasupdate-zon-laat-suiker-en-vem-stijgen